Missie
Missie en ambitie Stichting Innovo (en De Draaiende Wieken)
De missie van onze school sluit aan op de missie van INNOVO: het bieden van een degelijke basis aan kinderen en jongeren om een leven lang te leren, zodat zij zich voortdurend kunnen ontwikkelen, een aansluiting verwerven met het voortgezet onderwijs en uiteindelijk als actief burger in onze samenleving kunnen functioneren.
Vanuit deze missie biedt onze school een gedegen en vernieuwend arrangement aan kinderen en ouders aan dat bestaat uit:
- brede ontwikkeling;
- eigentijds leren;
- passende onderwijszorg;
- in samenhang met buitenschoolse arrangementen.
Missie, ambitie, huidige positie
Onze school heeft als missie SAMEN GROEIEN naar boeiend onderwijs. Deze missie is uitgebreid van “samen groeien” naar “samen groeien naar boeiend onderwijs”. Samen groeien is goed op zich, maar waar groei je naar toe ? Met de aanvullende term boeiend onderwijs hebben we dat trachten te ondervangen.
Samen staat voor de poot communicatie, want als je samen iets wil bereiken, ligt een open communicatie daaraan ten grondslag.
Groeien betekent vooruitgang. De activiteiten rondom de opbrengsten en het opbrengstgericht werken geven hier een juiste draai aan
Boeiend onderwijs is een containerbegrip aan het worden. Op onze school wil dit zeggen: zo veel mogelijk vakoverstijgende, groepsdoorbrekende en leerrijke onderwijsmomenten creëren.
Voor een uitgebreide uitwerking verwijzen we naar het schooljaarplan 2010-2011 en het schoolplan 2008-2011, welke ter inzage liggen op school.
Meer informatie over de school staat in de schoolgids 2011-2012.
Boeiend Onderwijs
Onze school, die valt onder de vlag van INNOVO, is een belangrijke missie geformuleerd:
Samen sterker in nieuw leren.
Hiermee drukt Innovo en dus wij ook de centrale opdracht uit: tot stand brengen van hoogwaardig en vernieuwend onderwijs op maat voor alle leerlingen. Enkele kernwaarden hierin zijn:
- Inspirerende werkomgeving.
- In de nabijheid van de lokale leefsituatie van de kinderen.
- Permanente ontwikkeling / innovatie.
Al deze kernwaarden kunnen worden samengevat tot 1 term:
Gedegen en vernieuwend onderwijs.
INNOVO wil een degelijke basis bieden aan kinderen en jongeren om een leven lang te leren. Daarom bieden wij gedegen en vernieuwend onderwijs aan dat aansluit bij het kind en past in deze tijd. Voor verdere informatie verwijzen wij naar de volgende link:
http://www.gedegenenvernieuwendonderwijs.nl/index.phpAfgelopen schooljaren hebben we op school een aantal veranderingen gerealiseerd, waarvan wij menen dat zij het onderwijs mooier, uitdagender maken en hierdoor de kinderen een rijkere leeromgeving geven. De volgende veranderingen willen wij U hier presenteren:
1. Rekenen op maat2. Estafette-lezen
3. CKV-onderwijs
4. NLT-onderwijs
5. Naschoolse Sport Activiteiten
1. Rekenen op maat.
Het belangrijkste uitgangspunt van Rekenen op Maat is: verschillen zien als een kans om met en van elkaar te leren.
Leerlingen die in het leerlingvolgsysteem A,B,C,D of E-niveau scoren willen wij op maat (op hun eigen niveau en in hun eigen tempo) laten werken en leren.

Onderliggende doelen:
*Het rekenen boeiender maken voor de kinderen, door ze op maat aan te spreken.
*Passie voor het rekenen aanwakkeren.
*Het welbevinden van kinderen vergroten (ik kan het wel; ik hoef niet op de rest van de groep te wachten).
*D en E-leerlingen krijgen in een klein groepje de extra instructie die ze nodig hebben.
*De A-leerlingen worden daar waar het kan als tutor (waarbij kinderen van elkaar leren) ingezet, zodat het tutoren ook bij rekenen steeds meer ingezet kan worden (naast Estafette-lezen), en we de goede ervaringen hiermee verder koesteren en ontwikkelen.
*Het groepsoverstijgend werken wordt verder doorontwikkeld. Kinderen blijken dit als prettig te ervaren, omdat ze telkens op hun eigen niveau door de leerkracht worden aangesproken.
2. Estafette-lezen
In het schooljaar 2006 – 2007 hebben we op onze basisschool de methode Estafette ingevoerd. Estafette is een methode voor voortgezet technisch lezen. We hebben deze methode ingevoerd omdat we vonden dat we na het aanvankelijk lezen in groep 3 geen goede voortgezet technisch leesmethode hadden.
De methode Estafette voorziet uitstekend in deze behoefte.
De kinderen die problemen hebben met lezen zitten in een instructiegroepje op niveau bij een groepsleerkracht. De kinderen krijgen dan instructie gericht op het lezen van losse woorden en zinnen / teksten.
Kinderen die al wat verder zijn met lezen krijgen ook instructie, maar dan van tutors. Dit zijn kinderen uit de midden –of bovenbouw die het technisch lezen al afgerond hebben. Omdat deze kinderen de instructie verzorgen en het leesproces begeleiden blijven ze zelf ook bezig met lezen.
Aan de resultaten van de kinderen tijdens de toetsing (AVI-lezen en Drieminutentoets) zien we duidelijk de effecten van het Estafette-lezen. Zo hebben momenteel alle kinderen uit de groepen 7 en 8 AVI-niveau 9 gehaald, ook de kinderen waarbij dyslexie geconstateerd is.
Estafette-lezen gebeurt op onze school groepsdoorbrekend. De kinderen worden naar hun AVI-niveau ingedeeld en zitten daarom met kinderen uit andere groepen bij elkaar. Zo kunnen we zorgen voor instructie op maat en heeft iedere leerkracht maar 1 instructiegroep waar hij speciale aandacht aan moet geven.
3. CKV-onderwijs (Culturele & Kunstzinnige Vorming)
Door middel van kunstzinnige oriëntatie maken kinderen kennis met kunstzinnige en culturele aspecten in hun leefwereld. Het gaat bij kunstzinnige oriëntatie om het verwerven van enige kennis van de hedendaagse kunstzinnige en culturele diversiteit. Dit vindt zowel op school plaats, als via regelmatige interactie met de (buiten)wereld. Kinderen leren zich aan de hand van kunstzinnige oriëntatie open te stellen: Ze kijken naar schilderijen en beelden, ze luisteren naar muziek, ze genieten van taal en beweging. Kunstzinnige oriëntatie is er ook op gericht bij te dragen aan de waardering van de leerlingen voor culturele en kunstzinnige uitingen in hun leefomgeving. Ze leren daarnaast zichzelf te uiten met aan het kunstzinnige domein ontleende middelen:
* Ze leren de beeldende mogelijkheden van diverse materialen onderzoeken aan de hand van de aspecten kleur, vorm, ruimte, textuur en compositie.* Ze maken tekeningen en ruimtelijke werkstukken.
* Ze leren liedjes en leren ritme instrumenten te gebruiken als ondersteuning bij het zingen.
* Ze leren spelen en bewegen.
Waar mogelijk worden daarbij onderwerpen gebruikt die samenhangen met die uit andere leergebieden. Het onderwijs wordt daardoor meer samenhangend en mede daardoor betekenisvoller voor leerlingen. Voorop staat de authentieke bijdrage van kunstzinnige vorming aan de totale ontwikkeling van kinderen.
* De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er hun gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om ermee te communiceren.
* De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
* De leerlingen verwerven enige kennis over en leren en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
Hoe willen wij deze visie vormgeven in de praktijk.
Uitgangspunt van deze visie moet structuur zijn. In onze optiek zal dit op de eerste plaats een methode zijn die kinderen prikkelt, maar ook structuur biedt in aanbod en variatie. Wij hebben gekozen voor de methode “Uit de kunst”. Deze methode hebben sinds augustus 2007 geïmplementeerd op onze school.
Schooljaar 2009-2010.
Streefdoel.
CKV is een dynamisch vakgebied. De afgelopen 2 jaar hebben aanzetten gegeven hoe wij op onze school kunnen komen tot gestructureerd cultuuraanbod, zonder te ver in details te verzeilen. Echter, in een dynamische organisatie hanteren we het principe van “trial and error”. Alle processen worden geëvalueerd, het goede zal bewaard worden en het slechte zal overboord gezet worden.
Dit betekent dat het niet wenselijk is verder vooruit te kijken. Na die 3 jaar zullen we bekijken wat er gerealiseerd is van dit plan. Vervolgens zal de werkgroep cultuuronderwijs samen met het team verdere keuzes maken.
Tenslotte.
Op hun ontdekkingsreis komen ze in aanraking met verschillende uitingen van kunst en cultuur, in eigen omgeving en via media als televisie, radio, internet, kranten, tijdschriften, enzovoort.
Indrukken, ervaringen en emoties kunnen in kunstactiviteiten worden weergegeven. Door in aanraking te komen met verschillende verschijningsvormen van kunst leer je dat er verschillende uitingsvormen zijn; dat indrukken, ervaringen en emoties op verschillende manieren kunnen worden weergegeven.
Eigen ervaring en beleving geven betekenis aan de activiteiten. De maker van een kunstwerk geeft zijn visie op of beleving van de werkelijkheid weer. De kijker (of luisteraar) is vrij om zelf een eigen betekenis aan hetgeen hij waarneemt (of hoort) te geven.
Het vermogen om na te kunnen denken over eigen of andermans activiteiten en producten stimuleert het bedenken en formuleren van strategie en bedoeling.
Vooruitdenken, denken tijdens verwerking en reflectie op een activiteit ontwikkelen en stimuleren het doelgericht te werk gaan. Zo ontwikkelen kinderen zich naar een steeds hoger niveau.
4. NLT-onderwijs (Natuur – Leven – Techniek)
Sinds het schooljaar 2007-2008 zijn wij als basisschool gestart met het programma VTB, Verbreding Techniek Basisonderwijs (VTB). Het doel van het programma is een brede en duurzame integratie van techniek in het basisonderwijs te bewerkstellen. Een belangrijk uitgangspunt is dat Techniek in het onderwijs geïntegreerd wordt passend binnen de onderwijsvisie van een school.
Op basisschool de draaiende wieken hebben wij gemeend het vak techniek te integreren binnen een totaalpakket NLT (natuur – leven – techniek). Het afgelopen jaar hebben zich een aantal ouders bereid gevonden zitting te nemen in een werkgroep die onder leiding stond van de coördinator Techniek. Deze werkgroep heeft alle activiteiten voorbereid en vervolgens hebben zij ook gezorgd voor de invulling. Een belangrijk uitgangspunt van deze activiteiten was om kant en klare leskisten te maken, zodat zij vaker gebruikt zouden kunnen worden. Verder vonden de werkgroep het erg belangrijk dat zowel de kinderen als het team snel positieve ervaringen zou opdoen met dit onderwerp. Dit werkt motiverend en zal de betrokkenheid alleen ten goede komen.
Herfstthema:
Leskist 1Uitgangspunt van deze leskist is om kinderen meer in contact te brengen met hun natuurlijke omgeving waarbij zij geconfronteerd worden met grensvlakken van de diverse leergebieden. Dit initiatief heeft uiteindelijk geleid tot een week waarin zaken als natuur en techniek centraal staan. In grote lijnen ziet het programma er als volgt uit:
Onderbouw (1 t/m 3): Sprokkeltocht waarbij kinderen aan de hand van foto’s een route lopen en onderweg takjes, bladeren en herfstvruchten verzamelen. Techniekopdracht: kerstslinger rijgen met natuurlijke materialen.Inhoud leskist: foto’s – rijgtouw – rijgnaalden
Middenbouw: Sprokkeltocht waarbij kinderen aan de hand van foto’s een langere route lopen en onderweg takjes, bladeren en herfstvruchten verzamelen. Techniekopdracht: Raamversiering maken met knooptechnieken versiert met natuurlijke materialen.
Inhoud leskist: foto’s – raffiatouw – naalden
Bovenbouw: Educatieve fietstocht waarbij kinderen in groepjes worden ingedeeld en elk groepje via google earth en foto’s de route bepalen om vervolgens uit te komen bij een molen. Daar krijgen ze de opdracht de tandwielconstructie goed te bekijken, eventuele vragen te stellen om deze gegevens te gebruiken bij het maken van een tandwielconstructie.
Inhoud leskist: foto’s – werkblad tandwiel (+ materialenlijst)
Een speciaal woord van dank geldt zeker voor de ondernemingsvereniging Posterholt die ons in staat hebben gesteld middels een donatie dit project te vergemakkelijken en de “verkleumde kinderen” te voorzien van een warme maag.
Lentethema:
Leskist 2In tegenstelling tot de eerste NLT-activiteit hebben bij de lente-activiteit gekozen voor een andere volgorde: de leerlingen hebben eerst zelf aan de techniekopdrachten gewerkt en het geheel is afgesloten met een buitenactiviteit
Onderbouw (1 t/m 3): De basisopdracht is het maken van een regenmeter en is uitgewerkt in een werkblad.Materiaalkeuze:
- 1 plastic drinkflesjes 200cc , plastic zuivelflesjes. (geen glaswerk) – kinderen zelf meebrengen
- watervaste stift(en)
Materiaalkeuze:
- plastic tas of lichte stof – kinderen zelf meebrengen
- Jurgen zal een mal maken die kinderen als voorbeeld kunnen gebruiken om een lichte stof / opengeknipte plastic tas kunnen hangen
Tijdens deze week zou het fijn zijn dat leerlingen tijdens de ICT-lessen met het programma: “Lekker Weertje Lente” bezig zouden kunnen zijn.
Programma registratieweek:
In deze 2 weken zullen leerlingen hun gemaakte registratiemiddel regenmeter en/of windzak voorzien van naam buiten neerzetten en dagelijks de weersverschijnselen bijhouden. De registratie vindt plaats op een weerkalender die in elke klas aanwezig is.
Pictogrammen op een weerkalender:
Regen: Veel – weinig – niks
Windkracht: Hard – zacht – windstil
Weertype: Regen – Bewolking – Zon – Mist – Onweer – Wolk/Zon (Halfbewolkt)
Demonstraties:
Tijdens deze registratieweken zullen 2 ouders een demonstratie verzorgen van weersverschijnsel.In overleg met de verantwoordelijke ouders Linda Jeurissen en Jurgen Lurz krijgen de kinderen bij voorkeur buiten een presentatie van de volgende weersverschijnsel:
- Een regenboog maken
- Dauw maken
Programma afsluitende buitenactiviteit:
- De leerlingen worden met bussen naar de Akerstraat gebracht waar zij een demonstratie krijgen met modelvliegtuigen.
Materiaalkeuze:
- 1 plastic drinkflesjes 200cc , plastic zuivelflesjes. (geen glaswerk) – kinderen zelf meebrengen
- Watervaste stift(en)
- Liniaal
De reserveopdracht is het maken van een windkrachtmeter en is uitgewerkt in een werkblad
Materiaalkeuze:
- Een pak of fles water – kinderen zelf meebrengen
- Plakband
- Potlood
- Klein klontje boetseerklei satéstokje
- Rietje
- Korte liniaal of een passer
- Vierkant stuk stevig karton van 20 bij 20 cm.
- Schaar.
Reserve-opdracht(en) “Week v/d techniek”: opdracht windkracht
Stap 1:
Houd je liniaal in één hoek van het karton vast en draai de andere kant van de liniaal met een potlood daartegenaan gedrukt over het karton heen, zodat je een boogvorm tekent op het karton. Je kunt dit ook met een passer doen. Prik de passer in een hoek van het karton en teken met de potloodkant een ronde vorm van de ene hoek van het karton naar de andere.
Stap 2:Trek lijnen vanuit de hoek waar je de liniaal vasthield of de passer ingeprikt had tot over de boog. Zo maak je een schaalverdeling. Knip het karton langs de boog van potloodstreep uit.
Stap 3:Knip een reep uit het overgebleven stuk karton. Plak die reep met plakband vast aan het eind van het satéstokje. Plak het rietje met plakband op de dop of langs de bovenrand van de fles of het kartonnen pak.
Stap 4:Duw het satéstokje door het rietje en doe een beetje boetseerklei op het uiteinde van het satéstokje. (Aan de andere kant, dan waar de reep karton vastzit.) Plak je schaalverdeling aan de fles of het pak vast, zodat de reep karton langs je schaalverdeling heen en weer kan waaien.
windkrachtmeter met flinke uitslag op de schaalverdeling
Je windmeter is klaar
Hoe harder (en vlugger) de wind blaast, hoe hoger de reep karton op de schaalverdeling uitkomt.
Programma registratieweek:
In deze 2 weken zullen leerlingen hun gemaakte registratiemiddel regenmeter en/of windkrachtmeter voorzien van naam buiten neerzetten en dagelijks de weersverschijnselen bijhouden. De registratie vindt plaats middels teamwerk op een weerkalender die in elke klas aanwezig is.
De materialen krijgen jullie 1 week voorafgaande aan de activiteit.
Regen: millimeterverdeling
Windkracht: windsterkte gebaseerd streepverdeling windkrachtmeter.
Demonstraties:
Tijdens deze registratieweken zal 1 ouder een demonstratie verzorgen van weersverschijnselen. In overleg met de verantwoordelijke ouder krijgen de kinderen bij voorkeur buiten in de patio een presentatie van de volgende weersverschijnsel:
- Wolken maken
- Regendruppel vangen met meel.
Programma afsluitende buitenactiviteit week:
- De leerlingen van de groepen 5 + 6 zullen op 3 juni met bussen naar “Kempen Airport Budel” worden gebracht om een kijkje te nemen bij de meteorologische dienst van het vliegveld.
De basisopdracht is het maken van een windmeter en is uitgewerkt in een werkblad. Verantwoordelijk: Jos van Montfort.
Materiaalkeuze:- 1 knipblad met de driehoek.
- Stevig papier in 2 kleuren
- Potlood met een gummetje er bovenop – kinderen zelf meebrengen
- Punaise
- Nietmachine
- Schaar
- Liniaal
- Horloge
Werkwijze:
Hoe meet je het weer? Wind
Het kan soms behoorlijk waaien in Nederland. Als je lange haren hebt, kunnen ze soms alle kanten op waaien. Maar wat is wind nu eigenlijk? Wind is niets meer en niets minder dan bewegende lucht! Windmeter
Hoe hard het waait, kun je meten met een windmeter. De windsnelheid wordt uitgedrukt in de eenheid meter per seconde (m/s) of kilometer per uur (km/u). Je kunt zelf ook een windmeter maken met een eigen eenheid. Hoe je dat kunt doen, lees je op het doeblad. De windsnelheid noemen we ook wel windkracht. In een weerbericht wordt de windkracht meestal aangegeven met een getal van 0 tot 12. Bij windkracht 0 is het windstil (het waait bijna niet). Bij windkracht 12 is er sprake van een orkaan. De windsnelheid is dan meer dan 117 kilometer per uur. Dat is net zo snel als een auto, die op de snelweg rijdt! Wist je dat?
Maak de windmeter
- Knip de driehoek uit het knipblad. Trek hem over op stevig papier. Knip dit ook uit. Knip de driehoek in op de stippellijntjes.
- Zet de poten van een passer vijf centimeter uit elkaar. Hiermee teken je drie cirkels op stevig papier. Eén van de cirkels heeft een andere kleur dan de andere twee. Knip de cirkels uit.
- Van elke cirkel maak je een Chinees hoedje. Knip in een rechte lijn naar het midden van de cirkel, waar de passerpunt heeft gestaan. Schuif de twee stukken papier naast de kniplijn over elkaar heen. Maak het papier met twee nietjes aan elkaar vast. Zorg dat de hoedjes allemaal even groot zijn.
- Schuif de hoedjes in de kniplijnen van de driehoek. Laat ze allemaal dezelfde kant op wijzen. Maak ze vast met plakband. De hoedjes zijn bedoeld om de wind op te vangen.
- Pak het potlood met het gummetje er bovenop. Zet het middelpunt van de driehoek op het gummetje en prik er een punaise doorheen. Je windmeter is klaar voor gebruik!
- Blaas tegen je windmeter. Gaat hij draaien? Als hij niet soepel draait, kun je de punaise wat losser in het gummetje prikken.
- Als je tevreden bent over je windmeter, kun je hem buiten uitproberen. Neem een horloge of een mobiele telefoon met een tijdsaanduiding mee. Gaat je windmeter draaien? Hoe vaak draait hij rond in één minuut? Doordat één hoedje een andere kleur heeft, kun je tellen hoe vaak hij ronddraait in één minuut. De windsnelheid druk je bij deze windmeter dus uit in het aantal omwentelingen per minuut.
Opdracht 1
Welke instrumenten kun je bedenken waarmee we het weer kunnen meten?
1._________________________________________________________
2._________________________________________________________
3._________________________________________________________
4._________________________________________________________
5._________________________________________________________
6._________________________________________________________
7._________________________________________________________
8._________________________________________________________
Opdracht 2
Welk(e) instrument(en) ga je maken? Wat kun je met dit / deze
meetinstrument(en) precies doen?
______________________________________________________________________________________
______________________________________________________________________________________
______________________________________________________________________________________
Maak een tekening van het instrument dat jij graag wil gaan maken.
Werkt het ontwerp?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
Moet je nog iets veranderen?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
Kun je het nog mooier afwerken, waardoor het er veel mooier uit ziet?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
Opdracht 3
Het ontwerp wordt volgens de volgende stappen gemaakt.
1._________________________________________________________
2._________________________________________________________
3._________________________________________________________
4._________________________________________________________
5._________________________________________________________
6._________________________________________________________
7._________________________________________________________
8._________________________________________________________
Maak hieronder een aantal kleine tekeningen van de verschillende stappen.
Opdracht 4
Werkt het ontwerp?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
Moet je nog iets veranderen?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
Kun je het nog mooier afwerken, waardoor het er veel mooier uit ziet?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
Opdracht 5
Hoe kun je de windsterkte / windkracht bepalen?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
Moet je daarvoor nog iets veranderen?
_________________________________________________________
_________________________________________________________
_________________________________________________________
De reserveopdracht is het maken van een luchtdrukmeter en is uitgewerkt in een werkblad
Materiaalkeuze:
- Een leeg conservenblik – kinderen zelf meebrengen
- 1 grote ballon – kinderen zelf meebrengen
- 1groot rietje – kinderen zelf meebrengen / McDonalds maat
- 1 stevige strook karton met schaalverdeling
- 1 stevig elastiek
De groepopdracht is “papier maken van (regen)water”.
Margriet Geraets (ouder) heeft deze opdracht praktisch voorbereid. Op vrijdag 11 april zal zij in de groepen 7 en 8 een uitleg geven in de klassen over de werkwijze hoe papier van (regen)water gemaakt kan worden.Naast de knutselactiviteiten kunnen leerlingen in de bovenbouw gaan werken met een ICT-toepassing www.wereldwaterdag.nl
Programma registratieweek:
In deze 2 weken zullen leerlingen hun gemaakte registratiemiddel windkrachtmeter en/ of luchtdrukmeter voorzien van naam buiten neerzetten en dagelijks de weersverschijnselen bijhouden. De registratie vindt plaats op een weerkalender die in elke klas aanwezig is. De materialen krijgen leerkrachten in de week vooraf.
Windkracht gerelateerd aan goede schaalverdeling. (Beaufort)
Luchtdruk gerelateerd aan goede schaalverdeling. (hectoPascal / hPa of milibar)
Bijlage 2 Demonstraties:
Tijdens deze registratieweken zal 1 ouder een demonstratie verzorgen van weersverschijnsels. In overleg met de verantwoordelijke ouder krijgen de kinderen bij voorkeur buiten in de patio een presentatie van de volgende weer- of natuurverschijnsel:
a) Sneeuwkristal – ijskristal – suikerkristal bekijken m.b.v. microscoop.b) “El Nino”
c) Fragment DVD: The inconvenient truth (In groep 8b aanwezig)
(Sneeuw)kristallen bekijken met microscoop
Benodigdheden
- 1 grote microscoop (aanwezig op school)- 1 objectglaasje
- 3 handmicroscopen (National Microscoop FF393) (aanwezig op school)
- suiker, zout en soda
Uitvoering
- Leg een paar suikerkorrels op het objectglaasje. Bekijk deze korrels met de grote microscoop met vergroting 96-144x.- Laat de leerlingen zelf wat suikerkorrels, zout en soda op hun tafel leggen en de kristallen bekijken met 1 van de handmicroscopen.
Ter illustratie:
http://www.its.caltech.edu/~atomic/snowcrystals/class/class.htm Sneeuwkristallen (hele mooie foto’s)
http://nl.wikipedia.org/wiki/IJskristal IJskristallen
Natuurverschijnsel “El Nino”
Om de paar jaar, meestal rond kersttijd, treedt op de Grote oceaan een natuurverschijnsel op, waardoor de vissen aan de kust van Peru massaal sterven. Men noemt dit natuurfenomeen “El Niño.” El Niño komt uit het Spaans en betekent “het Christuskind”. Oorzaak van El Niño zijn veranderingen van windstromen. Onder normale omstandigheden brengen passaatwinden warm water van de evenaar westwaarts. Daardoor vormt zich in het westen (voor Indonesie) een dikke laag warm water en voor Zuid-Amerika koel water. Om de paar jaar keert het proces zich om. De passaatwinden worden zwakker, de in het westen opgehoopte warme watermassa’s zetten zich in beweging naar het oosten en verspreiden zich langs de kust van Ecuador en Peru. Er vormt zich een dikke laag warm oppervlaktewater, dat arm aan voedingsstoffen is. Koud water van de zeebodem kan nu niet meer opstijgen. In de bovenste zeelagen ontstaat zuurstofgebrek en de vissen sterven massaal.
Na een El Niño komt er vaak een La Niña (wat het meisje in het Spaans betekent.
Het wordt ook wel gezien als het zusje van El Niño. Het warme water voor de Zuid-Amerikaanse kust wordt weggedreven en een koude stroom komt hiervoor in de plaats. Het warme oppervlaktewater verschuift naar Australië, verder dan in een ‘normaal’ jaar. De verkoeling t.g.v. La Niña stelt in vergelijking met de verwarming El Niño niet veel voor. Toch heeft La Niña wel degelijk invloed. De effecten van La Niña zijn meestal precies omgekeerd aan El Niño. Zo zal op plaatsen waar het tijdens El Niño heel droog was nu veel regenen en omgekeerd. La Niña is echter veel minder erg dan een El Niño en richt ook niet veel schade aan. Men kan haar beter zien als een versterking van de normale omstandigheden.
Visuele ondersteuning El Niño
Benodigdheden
- 1 doorzichtige bak- water
- (zonnebloem)olie
- Föhn
Uitvoering
1. Vul de bak met water.2. Voeg de olie toe. Er vormt zich een olielaag bovenop het water. Dit stelt warm zeewater voor.
3. Zet de fohn aan en blaas over de olielaag. Observeer wat er gebeurt.
4. Zet de fohn uit. Wat gebeurt er nu?
Door het blazen zal de olie zich aan een kant ophopen. Aan de andere kant (jouw kant) blijft slechts een dunne laag olie over. Wanneer je ophoudt met blazen, zet El Niño in. De olie stroomt terug in de andere richting.
http://www.knmi.nl/waarschuwingen_en_verwachtingen/seizoensverwachting/el_nino/http://nplaatl.wikipedia.org/wiki/El_Ni%C3%B1o
http://www.cdc.noaa.gov/map/clim/sst_olr/old_sst/sst_9798_anim.shtml
http://www.cdc.noaa.gov/map/clim/sst_olr/old_sst/sst_9899_anim.shtml
DVD “The inconvenient truth”
De relatie weer – klimaat – klimaatverandering past goed binnen dit thema. Derhalve zouden de groepen 7 en 8 een deel van de dvd kunnen bekijken op een zelf gekozen moment.
Programma afsluitende buitenactiviteit
- Op school zal Dhr. Tjeu Smeets uit Montfort (Meteoroloog) een stukje informatievoorziening verlenen omtrent het onderwerp “weer”
5. Naschoolse Sport Activiteiten
Sport en Bewegen in en rondom de school.
Kinderen worden op school voorbereid op het verwerven van een bij hem/haar passende, zelfstandige plaats in een zich steeds sneller ontwikkelende maatschappij. Dat betekent dat zijn/haar talenten/passie ontdekt en ontwikkeld moeten worden. Een brede kennismaking met zoveel mogelijk educatieve, culturele en sportieve activiteiten draagt bij aan het ontdekken en ontwikkelen van het talent en de passie van het individuele kind.
Om kinderen met een diversiteit aan activiteiten kennis te laten maken is alleen het binnenschools leren niet toereikend. Kinderen leren 24 uur per dag, binnen- en buitenschools. De verlengde schooldag is bij uitstek de gelegenheid om de verbinding te leggen tussen het binnen- en buitenschools leren. Daarom zal binnen de verlengde schooldag een aanbod van activiteiten worden gerealiseerd op het gebied van sport & spel, cultuur en natuur. Dit in afstemming met de participanten in de brede school en de sport-, culturele en natuurverenigingen in de omgeving van de brede school. Hierbij zijn de school en de buitenschoolse opvang de sterkste partijen die de centrale rol op zich zullen nemen.’
Waarom neemt basisschool de Draaiende Wieken deel aan de pilot 5 beweegmomenten per week:
- Posterholt is een sport-minded dorp en de Draaiende Wieken als exponent een school met een rijk verleden aan sportieve activiteiten (o.a. LSA,schoolvoetbal,Annendaalloop)
- De leerkrachten van de Draaiende Wieken doen bijna allemaal aan sport en vinden dit ook een belangrijk vak.
- De druk die op het verzorgen van de lessen staat, het hebben van CIOS-stagiaires (ROC-Eindhoven), een begeleider (oud-leerkracht), het ontbreken van gediplomeerde nieuwe leerkrachten op school zijn allerlei factoren die ervoor zorgen dat we het bewegen op welke manier dan ook moeten stimuleren op de Draaiende Wieken en als het even kan het dorp meenemen in deze ontwikkeling.
We hebben het eerste jaar gekozen voor een drietal speerpunten om te komen tot een beheersbaar en structureel aanbod. Als locatie maken we voornamelijk gebruik van de naast de school gelegen sporthal op tijden dat er normaal gesproken sprake is van leegstand.
1. 2 Sport- en spellendag te organiseren door leerkrachten en CIOS-stagiaires.
2. Structureel aanbod (minimaal 4 weken) te laten uitvoeren door Posterholste verenigingen (indien van toepassing) of clubs in de naaste omgeving, voor zover ze niet in Posterholt voorkomen, Dit na overleg met kader van de betreffende verenigingen. Dit gebeurt nu al door de tennisvereniging, maar moet uitgebreid worden en na school gaan plaatsvinden.
3. Incidentele projecten die starten onder schooltijd met uitbreidingsmogelijkheden naar een buitenschools aanbod.
1a. Sport- en spellendag 13 september 2007
Aan het begin van het schooljaar organiseren de leerkrachten van de basisschool structureel een sportdag voor alle leerlingen. Op 5 locaties worden telkens 5 sporten of spellen gespeeld. De leerlingen sporten in groepsverband met als doelstellingen plezier en beweging in een speelse ambiance. Het versterken van het groepsgebeuren wordt geaccentueerd door het bedenken van een groepsyell.
1b. Sportdag
Aan het einde van het schooljaar organiseren de stagiaires van het ROC een sportochtend c.q. sportmiddag voor de leerlingen van groep 3 t/m 7.
Op een speelweide worden telkens sporten of spellen gespeeld. De leerlingen sporten in groepsverband met als doelstellingen plezier en beweging in een speelse ambiance.
2. Structureel aanbod door Posterholtse verenigingen of clubs in de naaste omgeving, voor zover ze niet in Posterholt voorkomen in combinatie met sportactiviteiten onder leiding van ROC-stagiaires.
Overzicht Naschoolse Sport- & Bewegingsactiviteiten.
| Periode 1: oktober – december 2007 | Thema: Plezier in Beweging |
| Periode 2: januari – februari 2008 | Thema: Handbal – Basketbal |
| Periode 3: februari - maart 2008 | Thema: Basketbal – Volleybal |
| Periode 4: april – mei 2008 | Thema: Tennis – Schaken |
| Periode 5: mei – juni 2008 | Thema: Handbal – Plezier in Beweging |
3. Incidentele projecten
a. Schoolvoetbal
Jaarlijks nemen we deel met een jongens en meisjesteam aan de regionale voorrondes KNVB Schoolvoetbal, in de hoop aan het eind van het schooljaar met een grote, fonkelende schaal in de handen te staan. Leerlingen van groep 7 en 8 nemen hieraan deel.
b. Project: Kies voor hart en sport
Het programma Kies voor hart en sport is een kennismakingsprogramma voor kinderen uit de groep 6 t/m 8 met een sport die bij ze past. Het is een manier om de aandacht voor de gezondheid van hart en vaten en de voordelen van sporten in één project te integreren. De kinderen leren tijdens het project, maar ervaren het ook in de praktijk. Ze maken kennis met een grote verscheidenheid aan sporten en andere manieren om gezond te bewegen.
c. Ropeskipping
Rope Skipping is een gevorderde vorm van touwtje springen waarbij het gaat om kracht, acrobatiek en uithoudingsvermogen. De workshop heeft plaatsgevonden op 22 mei 2008 waarbij door middel van interactie de leerlingen werden uitgedaagd meer uit hun “touwtje” te halen. Vanuit de basissprongen kunnen zogenaamde skills worden aangeleerd. Voor meer informatie
www.ropeskipping.nl
Verzekeringen
INNOVO heeft voor alle scholen en de daaraan verbonden leerkrachten, vrijwilligers en leerlingen de volgende collectieve verzekeringen afgesloten:
- Aansprakelijkheidsverzekering
- Ongevallenverzekering
- Reisverzekering
- Werkgeversaansprakelijkheid Motorvoertuigen
- Vrijwilligersverzekering
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (doorgaans genoemd de WA-verzekering)
Deze verzekering heeft tot doel aan derden toegebrachte schade te vergoeden,
voor zover die het gevolg is van handelen of nalatigheid van verzekerden,
die daarvoor aangesproken worden.
Zij dekt de aansprakelijkheid van bestuur, leerkrachten, overig personeel,
ouders en leerlingen, voor zover zij optreden in onderwijs- respectievelijk schoolverband,
zowel in de school als daarbuiten.
Ongevallenverzekering
Deze verzekering heeft tot doel een uitkering te verstrekken in geval van overlijden of blijvende invaliditeit van personen, die deelnemen aan of betrokken zijn bij het onderwijs of daarmee samenhangende activiteiten. De verzekering gaat dus over dezelfde personen als de WA-verzekering. Deze is van kracht op school, een uur voor en na schooltijd en ook tijdens alle door de school georganiseerde activiteiten. Dit geldt dus ook voor de naschoolse sportmomenten.
Reisverzekering
Deze verzekering geeft dekking tegen verlies en diefstal van bepaalde eigendommen (bagage)
bij schoolreizen/uitstapjes/schoolverlaterkamp, e.d..
Ook worden de kosten gedekt van bepaalde buitengewone omstandigheden die zich kunnen voordoen.
Ook deze verzekering gaat over dezelfde personen als de vorige twee en is van kracht bij
door de school georganiseerde reizen binnen de Benelux en Duitsland.
De verzekering heeft het karakter van een doorlopende reisverzekering en geldt voor alle scholen, voor alle groepen. Er geldt bij uitkering altijd een eigen risico van € 100,00; de vergoeding is beperkt tot een maximum bedrag.
De verzekerde bagage omvat foto-, film-, video- en communicatieapparatuur, bril en contactlenzen, kunstmatig(e) gebit(elementen) en reisdocumenten. De verzekerde kosten betreft kosten van hulpverlening, telecommunicatie, geneeskundige en tandheelkundige kosten.
Werkgeversaansprakelijkheid Motorvoertuigen (WEGAM)
Deze verzekering is van toepassing bij het inzetten van privévoertuigen in het kader van dienstreizen. Naast dienstreizen geldt deze verzekering ook tijdens schoolreisjes/excursies. Binnen deze verzekering bestaat naast werknemers ook dekking voor vrijwilligers die voor vervoer zorgen bij schoolreisjes.
Contactpersoon van INNOVO bij Mee?s Assurantiën is dhr. Jochen Jacobs, tel. 0475-357088. Op school zijn de diverse formulieren te verkrijgen voor bovengenoemde verzekeringen.
Vrijwilligersverzekering
De kosten van deze verzekering worden gedragen door de gemeente. Deze verzekering dekt de wettelijke aansprakelijkheid voor schade die is ontstaan door beschadiging of vernietiging van zaken en goederen van derden door vrijwilligers die op en voor school werken. Als dit gebeurt verzoeken wij u contact te zoeken met de directie. Een inzicht in de polisvoorwaarden is ook aldaar verkrijgbaar. De verzekeraar in deze is de Lumens Groep uit Eindhoven.
Schooltijden
| Groep 1 | Groep 2 - 8 |
| 8:30 - 12:15 uur | 8:30 - 12:15 uur |
| Ochtend pauze : 10:15 - 10:30 uur | Ochtend pauze : 10:15 - 10:30 uur |
| 12:45 -14:45 uur | 12:45 -14:45 uur |
| De groepen 1 hebben woensdag vrij. | Woensdag tot 12:15. |
Vakantierooster
| Herfstvakantie | 24 t/m 28 oktober 2011 |
| Kerstvakantie | 26 december 2011 t/m 6 januari 2012 |
| Carnavalsvakantie | 20 t/m 24 februari 2012 |
| Meivakantie | 23 april t/m 4 mei 2012 |
| Zomervakantie | 2 juli t/m 10 augustus 2012 |
| Vrije dagen | |
| Kermis | maandag 5 september 2011 |
| Sinterklaas | dinsdag 6 december 2011 |
| Pasen | Maandag 9 april en dinsdag 10 april 2012 |
| Hemelvaart | Donderdag 17 mei en vrijdag 18 mei 2012 |
| Pinksteren | Maandag 28 mei 2012 |
| laatste schooldag | Vrijdag 29 juni 2012 |
| Studiedagen | Donderdag(middag) 22 september 2011, Woensdag 19 oktober 2011, Woensdag 16 november 2011, dinsdag 31 januari 2012, Dinsdag 13 maart 2012, Donderdag 14 juni 2012 |
Interne begeleiding
Voor de groepen 1 t/m 4 wordt de Interne Begeleiding verzorgd door Mw. Monique Hukkelhoven. Dhr. René Smeets verzorgt de interne begeleiding voor groep 5 t/m 8.
Contact
Er bestaat altijd een mogelijkheid om contact te hebben met de betreffende leerkrachten. Naast de reguliere oudergesprekken kan er behoefte zijn om met elkaar te overleggen, hiervoor is ruimte gereserveerd tussen 15.00 en 15.30 uur op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Voor de woensdag is er ruimte van 12.30 tot 13.00 uur. Ouders en leerkrachten kunnen dan telefonisch of persoonlijk overleggen.
Leerkrachten stellen het zeer op prijs dat de pauzes, met name de middagpauze en avonduren worden gerespecteerd. Ook gesprekken vóór school komen hiermee te vervallen.
Tevens bestaat de mogelijkheid leerkrachten te e-mailen.





























